Print deze pagina
 

   

April 2007

Loonwerkers werken nog steeds voornamelijk met John Deere

De trekker die het meest gebruikt wordt door de Nederlandse loonwerkers is nog steeds John Deere. 25,2% van de Nederlandse loonwerkers werkt met een trekker van dit merk. John Deere. Het percentage is iets gedaald ten opzichte van 2005, toen gaf nog 27% van de loonwerkers aan met deze trekker te werken. Deze gegevens komen uit een telemarketingactie die AgriDirect eind december 2006 heeft afgerond. Aan de actie hebben bijna 1.300 Nederlandse loonwerkbedrijven deelgenomen.

Ook de trekkers van Fendt en New Holland worden veel gebruikt door de loonwerkers, beide door 21%. Case International volgt hierna met 15,5%. Ten opzichte van 2005 is er weinig veranderd. Met Fendt en New Holland werkten toen respectievelijk 22,5% en 21,4%. Case International was in 2005 nog 17,7%, dus deze trekker wordt nu iets minder gebruikt.

John Deere heeft uiteraard ook het hoogste aandeel als belangrijkste trekkermerk op het bedrijf. 21,2% van de loonwerkers noemt John Deere als eerste trekker. 18,1% geeft aan een Fendt als eerste trekker te gebruiken en 17,3% kiest voor New Holland. 12,8% gebruikt Case als eerste trekker. In 2005 werd ook John Deere als belangrijkste eerste trekker genoemd, namelijk 21,4%. Fendt had in 2005 een aandeel van 18,5% en New Holland 15,4%. Deze laatste is nu dus iets gestegen. Case International werd door 13,6% aangegeven als eerste trekker.



Er is ook gevraagd of de loonwerkers plannen hebben om in een nieuwe trekker te investeren. Maar liefst 12,8% van de loonwerkers is van plan om een nieuwe trekker te kopen. 1,8% wil een tweedehands trekker te kopen. Deze investeringsplannen zijn gestegen ten opzichte van 2004, toen wilde 10,8% investeren in een trekker. Van degenen die willen investeren in een trekker heeft 7,1% het contract al getekend. 26,8% is van plan de investering binnen nu en 3 maanden te realiseren. 15,6% is dit binnen nu en 6 maanden van plan, 13,6% in de tweede helft van 2007 en 2,5% later. 34,3% weet nog niet wanneer de investering plaats zal vinden.

Geplaatst op Dinsdag, 24 april 2007 Printbare versie | Top

Uitbreidingsplannen loonwerkers sterk gedaald

De uitbreidingsplannen van de Nederlandse loonwerkers zijn sterk gedaald ten opzichte van 2005. In 2006 heeft 10,4% van de loonwerkers aangegeven te willen uitbreiden, in 2005 was dat nog 16%. Deze gegevens komen uit een telemarketingactie die AgriDirect eind december 2006 heeft afgerond. Aan de actie hebben bijna 1.400 Nederlandse loonwerkbedrijven deelgenomen.

In de provincie Gelderland, waar de meeste loonwerkers zijn gevestigd, zijn relatief veel uitbreidingsplannen. 12,5% van deze loonwerkers willen het bedrijf uitbreiden. Dit is echter beduidend lager dan in 2005, toen was dat in Gelderland nog 18,4%. In Noord-Brabant, waar ook veel loonwerkers zijn gevestigd, wil slechts 8,1% uitbreiden. Vorig jaar was dat in deze provincie maar liefst 19,3%, hetgeen dus een enorme daling betekent.

Behalve de sterke daling in de uitbreidingsplannen is er verder weinig veranderd ten opzichte van 2005. 2,8% van de ondervraagde loonwerkers wil het bedrijf beëindigen en door een opvolger laten overnemen, in 2005 was dat 4,2%. 0,4% van de ondervraagde loonwerkers heeft verplaatsingsplannen binnen Nederland, dit was in 2005 ook 0,4%. Er zijn relatief weinig beëindigingsplannen: 0,2% wil beëindigen en verkopen, 0,4% wil alleen beëindigen. In 2005 waren deze percentages respectievelijk 0,1% en 0,5%. Verder wil 0,9% veranderen van bedrijfstak (1,0% in 2005) en 2,4% wil langzaam afbouwen.


Geplaatst op Woensdag, 11 april 2007 Printbare versie | Top

Investeringsplannen varkenshouders nauwelijks gestegen

De Nederlandse varkenshouders hebben nauwelijks meer investeringsplannen dan in 2006. In 2007 wil 31,1% van de fokzeugenhouders (≥ 100 zeugen) investeren in een nieuwe stal. In 2006 was dit nog 29,3%. Dit blijkt uit een telemarketingactie die AgriDirect, specialist in Agrimarketing, onlangs heeft afgerond. Meer dan 4.000 hokdierbedrijven uit Nederland hebben hieraan deelgenomen.

In 2004 wilde 19,5% van de fokzeugenhouders een nieuwe stal kopen, toen waren de investeringsplannen dus beduidend lager dan nu. Bij bedrijven ≥ 500 vleesvarkens is de investeringsbereidheid iets lager dan bij de fokzeugen, namelijk 27,4%. Ook hier betekent dit wel een lichte stijging in de investeringsplannen, in 2006 was dit namelijk 26,2%. In 2004 had ‘slechts’ 16,6% van de vleesvarkenshouders plannen om een nieuwe stal te kopen.

De investeringsplannen in renovatie van de stallen zijn gedaald. 15,6% van de fokzeugenhouders is van plan de stal te renoveren, in 2006 was dat 18,3%. Bij de vleesvarkenshouders zijn deze percentages respectievelijk 12,2% (2007) en 15,1% (2006).

Bij de pluimveebedrijven zijn de investeringsplannen iets lager dan bij de varkenshouders. Bij de leghennenbedrijven zijn de investeringsplannen zelfs gedaald. In 2007 heeft 18,6% van de leghennenbedrijven plannen om te investeren, in 2006 was dat nog 19,3%. Bij de vleeskuikenhouders daarentegen is de investeringsbereidheid juist gestegen, van 20,4% (2006) naar 21,2% (2007). Bij het overig pluimvee is een daling te constateren van 21% (2006) naar 18,8% (2007).

Geplaatst op Vrijdag, 6 april 2007 Printbare versie | Top

Weinig veranderd in uitbreidingsplannen varkenshouders

Na een behoorlijk stijging van de uitbreidingsplannen in 2006 ten opzichte van 2004, zijn deze plannen nu veel stabieler. In 2006 gaf 37% van de vleesvarkenshouders (≥ 500 vleesvarkens) aan te willen uitbreiden, in 2007 is dat bijna vergelijkbaar (36,4%). In 2004 waren deze uitbreidingsplannen beduidend minder, namelijk 29,7%. Dit blijkt uit telemarketingactie die AgriDirect, specialist in agrimarketing, onlangs heeft afgerond. Meer dan 4.000 hokdierbedrijven uit Nederland hebben hieraan deelgenomen.

De uitbreidingsplannen van de fokzeugenhouders (≥ 100 zeugen) zijn wel iets gedaald: in 2007 heeft 36,8% uitbreidingsplannen, in 2006 was dat nog 41,4%. In 2004 was dit lager dan nu, namelijk 32%.

De pluimveehouders hebben minder uitbreidingsplannen dan de varkenshouders. Verder is er ook bij deze bedrijven weinig veranderd ten opzichte van 2006. Bij de vleeskuikenbedrijven is 31,5% van plan om het bedrijf uit te breiden, in 2006 was dat 30,4%. Hier zijn de plannen dus licht gestegen. Bij het overig pluimvee zijn de uitbreidingsplannen licht gedaald, van 27,7% (2006) naar 26,9% (2007). Bij bedrijven met leghennen is er weinig verschil, in 2006 wilde nog 28,9% groeien en in 2007 is dat 28,3%.




A

Geplaatst op Maandag, 2 april 2007 Printbare versie | Top

Nieuwsarchief:

» Juni 2010
» Mei 2010
» Maart 2010
» Januari 2010
» December 2009
» November 2009
» Oktober 2009
» September 2009
» Augustus 2009
» Juli 2009
» Juni 2009
» Mei 2009
» April 2009
» Maart 2009
» Januari 2009
» December 2008
» November 2008
» Oktober 2008
» September 2008
» Augustus 2008
» Juli 2008
» Juni 2008
» Mei 2008
» April 2008
» Maart 2008
» Februari 2008
» Januari 2008
» December 2007
» November 2007
» Oktober 2007
» Augustus 2007
» Juli 2007
» Juni 2007
» Mei 2007
» April 2007
» Februari 2007
» Januari 2007
» December 2006
» November 2006
» Oktober 2006
» September 2006
» Augustus 2006
» Juli 2006
» Juni 2006
» Mei 2006
» Maart 2006
» Januari 2006
» November 2005
» Oktober 2005
» Juli 2005
» Juni 2005
» Mei 2005
» April 2005
» Februari 2005
» December 2004
» November 2004
» September 2004
» Juli 2004
» Juni 2004
» Mei 2004
» Maart 2004
» Februari 2004
» December 2003