Print deze pagina
 

   

April 2008

Uitbreidingsplannen loonwerkers gestegen

De uitbreidingsplannen van de Nederlandse loonwerkers zijn in 2007 gestegen ten opzichte van 2006. De plannen om het bedrijf te beëindigen zijn afgenomen. Deze gegevens komen uit een telemarketingactie die AgriDirect eind 2007 heeft gehouden. Aan de actie hebben ruim 1.400 Nederlandse loonwerkbedrijven deelgenomen.

In 2007 gaf 12,4% van de agrarische loonwerkbedrijven aan, plannen te hebben het bedrijf uit te breiden. Dit is een duidelijke stijging ten opzichte van 2006, toen 10,4% plannen had het bedrijf uit te breiden.

Als we daarentegen kijken naar de plannen om het bedrijf af te bouwen of te beëindigen, dan zien we daar een daling van 3,8% in 2006 naar 3,0% in 2007.

Als we deze plannen bekijken op verschillen in provincies, dan valt op, dat procentueel de meeste uitbreidingsplannen zijn in de provincies Flevoland, Drenthe, Noord-Brabant, Zeeland en Friesland. Flevoland springt er met 30,4% wel erg bovenuit, maar dit cijfer is statistisch gezien wat minder betrouwbaar, omdat er in Flevoland slechts 23 loonwerkbedrijven ondervraagd zijn.


Ook de beëindigingsplannen geven per provincie een nogal gevarieerd beeld: Zo is er in Overijssel en Flevoland geen enkel bedrijf met plannen het bedrijf te beëindigen, terwijl in Zeeland en Groningen respectievelijk 7,6% en 6,5% wil gaan stoppen of afbouwen, ruim 2 keer zoveel als het gemiddelde van 2,9%.

Geplaatst op Donderdag, 24 april 2008 Printbare versie | Top

Toekomstperspectief akkerbouwer positiever

AgriDirect ondervraagt jaarlijks alle akkerbouwers met minimaal 10 ha akkerbouw om na te gaan wat de veranderingen zijn geweest op het bedrijf ten opzichte van het voorgaande jaar.
Op deze wijze actualiseert AgriDirect niet alleen haar agrarische bestanden, maar ontstaan eveneens unieke historische data die laten zien welke ontwikkelingen er de afgelopen jaren zijn geweest in de akkerbouw.
Figuur 1 laat het toekomstperspectief van akkerbouwers zien vanaf 2004. Hoeveel procent is van plan te groeien, hoeveel willen er afbouwen of stoppen, en hoeveel denken door te gaan op de huidige voet?

In figuur 1 worden twee groepen akkerbouwers met elkaar vergeleken, namelijk akkerbouwers vanaf 10 ha akkerbouw en akkerbouwers vanaf 50 ha. akkerbouw.

Toekomstoriëntering akkerbouwers:
Figuur 1:



Uit figuur 1 valt vanaf 2004 een dalende tendens te constateren van groeiende akkerbouwers. Het percentage bedrijven dat van plan is te groeien, daalt bij akkerbouwers vanaf 10 ha van 24,6% in 2004 naar 20,7 in 2006. In 2007 stijgt dit percentage weer naar 23%.
Uit het percentage geplande stoppers/afbouwers zien we dat 2005 voor de akkerbouwers een slecht jaar is geweest. De groep stoppers/afbouwers stijgt in een jaar tijd van 5,2% in 2004 naar 8,7% in 2005. In de jaren 2006 en 2007 zien we het aandeel van deze groep stoppers/afbouwers weer dalen naar 6,3%.
Het lijkt er dus op, dat de grootste “dip” in de akkerbouw voorbij is.

Eenzelfde beeld zien we terug bij de akkerbouwers vanaf 50 ha: hier ligt het aandeel groeiers met 30,5% weer bijna op het niveau van 2004. Het percentage stoppers/afbouwers ligt met 3,0% zelfs lager dan de 3,2% van 2004.

Geplaatst op Vrijdag, 11 april 2008 Printbare versie | Top

Beschikbaarheid bedrijfsopvolgers in akkerbouw stabiel

AgriDirect ondervraagt jaarlijks alle akkerbouwers met minimaal 10 ha akkerbouw om na te gaan wat de veranderingen zijn geweest op het bedrijf ten opzichte van het voorgaande jaar.
Op deze wijze actualiseert AgriDirect niet alleen haar agrarische bestanden, maar ontstaan eveneens unieke historische data die laten zien welke ontwikkelingen er de afgelopen jaren zijn geweest in de akkerbouw.

Een duidelijke indicatie hoe het perspectief zich in de sector ontwikkelt, is de mate waarop er bij bedrijven een bedrijfsopvolger aanwezig is, die (op termijn) het bedrijf wil overnemen.
AgriDirect vraagt alle ondernemers van 45 jaar en ouder in hoeverre dat op hun bedrijf het geval is.
Figuur 1 laat de ontwikkeling wat betreft bedrijfsopvolging vanaf 2004 zien bij akkerbouwers vanaf 10 ha. en vanaf 50 ha.

Figuur 1:

Uit figuur 1 blijkt dat in 2004 bij 4 van de 10 akkerbouwers vanaf 10 ha een bedrijfsopvolger aanwezig was, deels reeds in de maatschap opgenomen. Bij akkerbouwers vanaf 50 ha was dat bij iets meer dan de helft van de bedrijven het geval. In 2005 zien we dat dit percentage dramatisch daalt naar 32,5% bij akkerbouwers vanaf 10 ha en 42,3% bij akkerbouwers vanaf 50 ha.
Het perspectief voor potentiële bedrijfsopvolgers was in 2006 kennelijk weer verbeterd gezien de procentuele stijging van het aantal bedrijfsopvolgers in 2006. Deze verbetering stabiliseert in 2007. Zo is er op dit moment bij iets meer dan de helft van het aantal akkerbouwers vanaf 50 ha weer een bedrijfsopvolger aanwezig, slechts fractioneel minder dan in 2004.

Geplaatst op Woensdag, 2 april 2008 Printbare versie | Top

Nieuwsarchief:

» Juni 2010
» Mei 2010
» Maart 2010
» Januari 2010
» December 2009
» November 2009
» Oktober 2009
» September 2009
» Augustus 2009
» Juli 2009
» Juni 2009
» Mei 2009
» April 2009
» Maart 2009
» Januari 2009
» December 2008
» November 2008
» Oktober 2008
» September 2008
» Augustus 2008
» Juli 2008
» Juni 2008
» Mei 2008
» April 2008
» Maart 2008
» Februari 2008
» Januari 2008
» December 2007
» November 2007
» Oktober 2007
» Augustus 2007
» Juli 2007
» Juni 2007
» Mei 2007
» April 2007
» Februari 2007
» Januari 2007
» December 2006
» November 2006
» Oktober 2006
» September 2006
» Augustus 2006
» Juli 2006
» Juni 2006
» Mei 2006
» Maart 2006
» Januari 2006
» November 2005
» Oktober 2005
» Juli 2005
» Juni 2005
» Mei 2005
» April 2005
» Februari 2005
» December 2004
» November 2004
» September 2004
» Juli 2004
» Juni 2004
» Mei 2004
» Maart 2004
» Februari 2004
» December 2003