Nieuws

Na een dip in 2010/2011 betreft uitbreidingsplannen bij zowel akkerbouwers als vollegrondsgroentetelers, stijgt de uitbreidingsambitie dit jaar weer met respectievelijk 2,2% en 1,7%.

18,9% van de akkerbouwers en 18,3% van de vollegrondsgroentetelers heeft de intentie het bedrijf uit te breiden of te laten opvolgen.

Dat blijkt uit de jaarlijkse inventarisatie die AgriDirect onlangs onder akkerbouwers en vollegrondsgroentetelers in Nederland heeft uitgevoerd. Hierin werd onder andere gevraagd naar de toekomstverwachtingen en investeringsplannen. De laatste inventarisatieronde vond plaats tussen januari en april 2012.

Bedrijfsbeëindigingsplannen
Het percentage agrariërs, dat aangeeft te willen gaan afbouwen of stoppen is licht gestegen. Zowel bij akkerbouwers als vollegrondsgroentetelers stijgt het percentage beëindigingsplannen met ongeveer een half procent ten opzichte van
2011.
 

  • Toekomstplanne akkerbouwers en vollegrondsgroentetelers


89 % treft preventieve maatregelen

Als het gaat om het terugdringen van antibioticagebruik op pluimveebedrijven geeft 89% van de Nederlandse vleeskuikenhouders aan, gezondheids-bevorderlijke preventieve maatregelen te nemen. Voor ongeveer 20% is dit het speerpunt op het gebied van kuikengezondheid.

In opdracht van Trouw Nutrition heeft AgriDirect in maart 2012 ruim 130 vleeskuikenhouders met minimaal 75.000 kuikens over de maatregelen voor het terugdringen van antibioticagebruik ondervraagd. Uit het onderzoek blijkt, dat voornamelijk wordt ingezet op een verbetering van de klimaatbeheersing (37,9%), gevolgd door gezondheidsbevorderlijke toevoegingen aan water en voer (28,8%) en hygiëne (24,2%). 7% van de vleeskuikenhouders neemt geen maatregelen.

’’Dit resultaat geeft duidelijk aan, dat de voederindustrie een belangrijke taak heeft bij de ondersteuning van vleeskuikenhouders in antibioticavraagstukken”, zegt Wilfried Goldewijk, Technical and Marketing Manager van Trouw Nutrition. “Trouw Nutrition heeft daarom specifiek voor pluimvee- en varkenshouders een diergezondheidsprogramma ontwikkelt, waarvan één van de doelen het verminderen van antibioticagebruik is”.

56% van de vleeskuikenhouders bevestigen de behoefte voor een betere voorlichting door de voederindustrie in deze kwestie. 50% van de pluimveehouders vindt dat de dierenarts hierin zou moeten adviseren.
 

  • Gebruikte maatregelen terugdringen antibiotica


Melkveesector groeit, tuinbouw herstelt en intensieve veehouderij daalt

In 2011 bleven de toekomstverwachtingen van Nederlandse land- en tuinbouwers ten opzichte van 2010 op hetzelfde niveau. Nadat van 2009 naar 2010 de uitbreidingsplannen met 1,9% stegen, is dit in 2011 slechts 0,1%. De in 2010 ingeluide positieve trend heeft zich slechts in een beperkt aantal sectoren doorgezet.

Eens per jaar vergelijkt AgriDirect, specialist in agrimarketing en
-marktonderzoek, de ontwikkelingen van de toekomstverwachtingen van Nederlandse land- en tuinbouwers met de jaren ervoor. In 2011 werden ondernemers uit alle agrarische sectoren telefonisch geïnterviewd over hun investerings- of opvolgingsplannen. Het jaaroverzicht laat de resultaten en ontwikkelingen per agrarische sector zien.

Positieve trend in de Melkveehouderij sector zet zich voort
De melkveehouderij is van oudsher een relatief stabiele sector met het hoogste aantal investeringsplannen naast de gesloten varkens en fokzeugen bedrijven. Een lichte stijging ten opzichte van 2010 van 0,4% geeft aan dat het herstel sinds 2009 in deze sector aanhoudt. In 2011 planden 33,9% van de melkveehouders verder uit te breiden.

Intensieve veehouders terughoudender
Intensieve varkenshouderij

De grootste daling in uitbreidingsplannen of bedrijfsoverdracht is op te merken bij varkenshouders met een gesloten bedrijf (-3,4%). Met 38,2% van alle ondervraagde bedrijven blijft deze sector echter nog steeds koploper op dit gebied. De uitbreidings-/opvolgintenties van vleesvarkenhouders daalt in 2011 van 23,6% naar 21,4%. Bij fokbedrijven van fokzeugen is het percentage nauwelijks veranderd en neemt slechts met 0,1% af (2001 35,3%).

Intensieve pluimveehouderij
De intensieve pluimveehouderij vertoont bij zowel pluimvee voor de eieren- als ook vleesproductie een dalende ontwikkeling. 3,2% minder leghenbedrijven (26,9% in 2011) en 2% minder vleeskuikenbedrijven (33% in 2011) zijn van plan om uit te breiden of op te volgen. Ondanks deze teruggang liggen de percentages nog steeds boven het gemiddelde uit de jaren 2007-2009.

Een stijging van uitbreidingsplannen bij bedrijven met hoofdactiviteit overig pluimvee met 6,9% vormt een uitzondering.

Tuinbouw vertoont licht herstel
De stijgende lijn in groei- en overdrachtsplannen lijkt ook in 2011 door te zetten bij bloembollenbedrijven (+3,3% naar 23,1%) en glasgroentetelers (+1,1% naar 13,6%). Andere tuinbouwsectoren met procentueel meer veranderingsplannen dan voorgaande jaar zijn de boomteelt- (+1,1% naar 8,7%) en fruitteeltsector (+1% naar 14,7%). Plannen in de sierteelt o/glas blijven met 9,7% ten opzichte van 9,9% in 2010 nagenoeg stabiel.

Akkerbouw blijft stabiel
19,4% van de Nederlandse akkerbouwers gaf in 2011 aan het bedrijf verder uit te breiden of op te laten volgen. Dit is 0,1% minder dan in 2010. Ten opzichte van de tendens in de jaren 2007 tot met 2009 is 19,4% nog altijd positief te noemen.

  • uitbreiden/opvolgen vanaf 2007 naar hoofdactiviteit


Dat blijkt uit marktonderzoek van AgriDirect onder vierhonderd melkveehouders met minimaal 70 melkkoeien. Op verzoek van Boehringer Ingelheim zijn vragen gesteld omtrent de indicaties van het inzetten van een pijnstiller/ontstekingsremmer. De resultaten van dit onderzoek in mei 2011, zijn vergeleken met onderzoek uit 2008.

De belangrijkste indicaties voor een melkveehouder om een pijnstiller/ontstekingsremmer in te zetten vindt u terug in figuur 1.

De belangrijkste indicatie is overduidelijk klinische mastitis, een zichtbare uierontsteking. Hierbij is opvallend dat het inzetten van een pijnstiller/ontstekingsremmer ten opzicht van 2008 met 29% is gestegen. Was er in 2008 nog een minderheid van de veehouders van 39,4%, in 2011 is dit een ruime meerderheid van 68,4%. Zie figuur 2.

Opvallend is hierbij tevens dat de veehouder een sterke voorkeur heeft (68%) voor een middel dat 3 dagen werkzaam is, hiermee kan een veehouder volstaan met een enkele injectie. De belangrijkste reden om een pijnstiller/ontstekingsremmer in te zetten is pijnbestrijding met 55,4% gevolg hiervan is tevens dat een koe sneller herstelt en weer gaat vreten.
 

  • Belangrijkste indicaties om pijnstiller-ontstekingsremmer in te zetten
  • Inzetten pijnstiller-onstekingsremmer bij mastitis


LG 30.218 meest populaire maïsras

Dat blijkt uit recent marktonderzoek van AgriDirect onder vierhonderd melkveehouders met minimaal 50 melkkoeien en snijmaïsteelt, uitgevoerd in opdracht van Limagrain Nederland.

Als het gaat om het doorslaggevende argument in de rassenkeuze dan is dat voor een derde van de ondervraagden de VEM-opbrengst, het product van drogestofopbrengst en VEM per kilogram drogestof. Ongeveer 27% van de telers kijkt daarentegen als eerste naar zetmeelgehalte en zetmeelopbrengst. Kwaliteitscriteria zijn dus beslissend in de uiteindelijke keuze voor het maïsras; maïstelers verkiezen hoogwaardiger ruwvoer boven hoge opbrengsten. Bij 12,5% prevaleert de vroegrijpheid.

Bijna één op de vijf melkveehouders (19,3%) gaat of is voornemens dit jaar het vroege maïsras LG 30.218 te zaaien. Volgens Limagrain Nederland krijgt daarmee LG 30.218 voor het derde jaar op rij de meeste voorkeur van maïstelend Nederland. Afgelopen seizoen was het ras al goed voor 50.000 ha op een landelijk areaal van 240.000 ha.

Op enige afstand volgen de latere rassen Torres en Ronaldinio die respectievelijk de voorkeur kregen van 11,6% en 8,9% van de ondervraagden. In het zeer vroege segment is LG 30.211 met 7,5% topfavoriet. Het nummer 2-ras Adenzo komt in deze groep niet verder dan 2%. Van de negen aanwinsten in de Aanbevelende Rassenlijst Snijmaïs 2012 behaalde het dubbeldoelras LG 30.222 de hoogste voorkeurspositie onder circa 1% van de geënquêteerden.

Om tot hun keuze te komen, raadpleegt 21% als eerste de Aanbevelende Rassenlijst van CSAR en 4% de MaïsWijzer/Europese Rassenlijst van DLV Plant. Uiteindelijk worden de publicaties respectievelijk door 36% en 10% van de telers ingezien. Het advies van de regionale zaaizaadleverancier ervaart bijna 60% als de allerbelangrijkste informatiebron.

Ongeveer 20% van de telers heeft nog geen definitieve keuze voor het straks te zaaien maïsras gemaakt.

(Indien u meer wilt weten over LG 30.218 of  andere landbouwzaaizaden voor professioneel gebruik in de voeder-en akkerbouw en groensector van Limagrain Nederland, kijk dan op www.limagrain.nl, of bel naar 0113 – 55 71 00 ) 

  • LG Animal Nutrition


41% van de Belgische land- en tuinbouwers is regelmatig actief op Social Media platformen. Facebook en YouTube zijn veruit het populairst. Dat blijkt uit online onderzoek onder ruim 300 Belgische boeren en tuinders, uitgevoerd door agrarisch marketing- en marktonderzoeksbureau AgriDirect in januari 2012.

28,7% van de respondenten geeft te kennen dagelijks of wekelijks op één of meerdere Social Media platformen actief te zijn. Hiervan maakt 65,1% gebruik van Facebook, gevolgd door 60,3% YouTube gebruikers. Op de derde plaats is Google Plus te vinden (26,2%). Van de boeren en tuinders die Social Media gebruiken, heeft 5,6% een Twitter account.

Het merendeel van de land- en tuinbouwers (54,8%) geeft aan Social Media zowel zakelijk als ook privé te gebruiken.

Zakelijke informatiebron

De sociale netwerken worden voornamelijk geraadpleegd voor het volgen van algemeen agrarisch nieuws (78,4%) en nieuws over producten en machines voor de agrarische markt (67,6%). Bijna een kwart van de Belgische gebruikers geeft aan middels deze kanalen contacten te onderhouden met fabrikanten en de tussenhandel van agrarische benodigdheden en machines. 37,4% van alle respondenten is geïnteresseerd om via Social Media informatie van leveranciers te ontvangen.

Gebrek aan tijd (29,8 %) en de voordelen ervan niet te zien (29,3%), zijn de voornaamste redenen die respondenten opgeven om niet op Social Media netwerken actief te zijn.

Gezien het online karakter van dit onderzoek moeten we veronderstellen dat de deelnemers ‘online georiënteerd en/of actieve agrarische ondernemers’ zijn. Het onderzoek is hierdoor niet representatief voor de totale populatie.

  • Van welke Social Media maakt u gebruik
  • Voor welke zakelijke doeleinden gebruikt u Social Media


Loonwerkers zijn momenteel positiever gestemd dan in 2010. Het aantal loonwerkers met plannen uit te breiden is met 2% toegenomen naar 12,5%. Het percentage loonwerkers dat aangeeft na te denken over beëindiging van de bedrijfsactiviteiten, blijft daarentegen relatief stabiel.

AgriDirect benaderde in december 2011 ruim 1600 Nederlandse loonwerkers in het kader van de jaarlijkse LoonwerkScanner. Hierin wordt loonwerkers onder andere gevraagd naar toekomst- en investeringsplannen.

Bedrijfsopvolging loonwerkers blijft stabiel
Het percentage loonwerkers met een bedrijfsopvolger is in 2011 vergeleken met 2010 stabiel gebleven (zie figuur 2). De bedrijfsopvolging is geïnventariseerd onder ondernemers met een leeftijd van tenminste 50 jaar.
 

  • Toekomstplannen Nederlandse loonwerkers 2009-2011
  • Bedrijfsopvolging bij loonwerkbedrijven 2009-2011


Op woensdag 15 februari 2012 hebben de eigenaren van AgriDirect BV en Wethouder Ir. Jo Smolenaar van de Gemeente Leudal de handtekening gezet onder het koopcontract van het voormalige gemeentehuis Roggel. Vanaf heden is AgriDirect de nieuwe eigenaar van het twee verdiepingen tellende pand met circa 1500m2 kantooroppervlak.

Met inmiddels meer dan 60 personeelsleden is het huidige vestigingsadres aan de Kloosterstraat 9 te Roggel te klein voor de Nederlandse Agrimarketing specialist. De nieuwe eigenaren van het gemeentehuis Thieu Hendriks en Els van Wylick zijn zeer verheugd over de aanstaande verhuizing. “Deze aankoop biedt ons de mogelijkheid in de aanstaande jaren verder uit te breiden. Het hoofdkantoor van AgriDirect zal de bovenste etage gaan betrekken en de benedenverdieping zal verhuurd worden aan andere ondernemers”, zegt Thieu Hendriks.

Vanuit de nieuwe bedrijfsvestiging in het voormalig gemeentehuis zal het telemarketing team bestaand uit ruim 50 personen opereren. Dit callcenter team behartigt dialoogmarketing activiteiten voor de agrarische toeleverindustrie en voert marktonderzoeken uit in de diverse agrarische sectoren in de Benelux en daar buiten.

AgriDirect is vanaf de oprichting in 1995 een Roggels bedrijf en heeft in 2009 een tweede vestiging in Viersen (Duitsland) geopend.

  • Van links naar recht: Els van Wylick en Thieu Hendriks (AgriDirect BV), Wethouder Ir. J. Smolenaar (Gemeente Leudal)
  • Voormalig gemeentehuis Roggel


Vooral grote bloembollentelers plannen verdere uitbreiding

Voor het tweede jaar op rij is het percentage bloembollentelers met groeiplannen gestegen. In 2010 had 17% van de telers plannen om het bedrijf op korte termijn uit te breiden of te laten opvolgen, in 2011 is dat gestegen naar 19%. Dat blijkt uit de jaarlijkse BloembollenScanner van agrarisch marketing- en marktonderzoeksbureau AgriDirect. Tijdens deze telefonische inventarisatie in de tweede helft van december werden circa 900 bloembollentelers in Nederland telefonisch benaderd.

Van bloembollentelers met een areaal van meer dan 15 hectare zegt 28% te willen uitbreiden.
Enkel in 2007 lag dit percentage met 29,2% net iets hoger, voordat de uitbreidingsplannen in 2008 flink daalden.

Het aantal bloembollentelers vanaf 15 hectare met beëindigingsplannen is ten opzichte van 2010 met meer dan de helft gedaald naar 1,2%. Daar tegenover staat in de gehele sector een lichte stijging van beëindigingsplannen met 0,7%.

Het percentage van aanwezige bedrijfsopvolging bij de grotere telers vanaf 15 hectare is ten opzichte van het voorgaande jaar met 5,9% is gestegen. Ondanks het verhoogd aantal bedrijfsopvolgers bij grotere telers is het gemiddelde binnen deze sector stabiel gebleven.
 

  • Ontwikkeling toekomstplannen bloembollentelers
  • Bedrijsopvolger aanwezig (totaal bloembollentelers)
  • Bedrijsopvolger aanwezig (vanaf 15 ha bloembollen)


Een van de voordelen van online campagnes is de goede meetbaarheid van de impact. Het enige dat nodig is, zijn een aantal werkzaamheden vooraf en de juiste meettools achteraf. Arjan Burger, expert op het gebied van Internet Marketing en trainer bij het opleidingsinstituut Eduvision, gaf in het recentste nummer van onze AGRI-DM nieuwsbrief een aantal tips.

Call to action
Het toverwoord voor online campagnes is een ‘call to action’. Hiermee wordt bedoeld dat de ontvanger opgeroepen wordt om tot actie over te gaan. Deze actie is namelijk bijzonder goed te meten. Denk hierbij aan: doorklikken naar een website voor meer informatie, een offerte opvragen, inschrijven voor de e-mail nieuwsbrief, enzovoort. Bij voorkeur is de gevraagde actie ook weer gebaseerd op online communicatie; je telefoon moeten pakken terwijl de ‘call to action’ op het beeldscherm van je laptop staat, vormt een extra barrière.

Creëer een speciale landingspagina
Zet u een grote online campagne op waarbij contactopname het uiteindelijke doel is? Creëer dan een speciale landingspagina binnen uw website met een eenvoudige URL (websiteadres). Hierop vindt men naast informatie over de actie een contactformulier waarmee men bijvoorbeeld een gratis proefmonster op kan vragen. Een voordeel is dat u zo het bezoek aan uw website naar aanleiding van deze campagne gemakkelijk kunt scheiden van het normale websitebezoek.

Google Analytics meet/weet alles
Een website is niets zonder een goed webanalyse programma. Er zijn meerdere tools op de markt, maar Google Analytics is de meest bekende, de meest veelzijdige en bovendien gratis. Het registreert niet alleen het websitebezoek, maar helpt ook bij het opzetten van online campagnes en het analyseren van de vindbaarheid van je website (SEO). De mogelijkheden zijn te uitgebreid om hier te behandelen. Maak een account aan en ga gewoon eens rondkijken. Een training of webinar (zie ook www.eduvision.nl) kan natuurlijk ook uitkomst bieden.

Maak een campagne-tag
Wilt u geen aparte landingspagina met URL aanmaken maar toch kunnen zien wie er bijvoorbeeld vanuit een banner heeft doorgeklikt naar uw website? Dan kunt u de Google Analytics URL-builder gebruiken. Nadat u een aantal gegevens heeft ingevuld, wordt er een unieke URL gegenereerd waarvan Google Analytics het bezoek onder ‘campagnes’ zal registreren.